Lieke leest
|
Frans Pollux - Het gelijk van Heisenberg
Het ligt voor de hand dat, als een Venlose schrijver zich met zijn debuut op de nationale markt waagt, ik over zijn boek een stukje wil schrijven. Prettige bijkomstigheid is het dan ook, dat ik het boek met enorm veel plezier heb gelezen, want anders was mijn voornemen wat ongelukkig geweest. Als ik na pakweg vijftig pagina’s nog onberoerd ben, lonk ik naar de grote stapel ongelezen boeken en zij lonken naar mij. In dit geval mochten ze even blijven lonken, want Het gelijk van Heisenberg van Frans Pollux is een ware pageturner en daar liet ik me dus niet van afleiden.
Ik beland in de toekomst, gezien de reeds doorstane ontwikkelingen in onze maatschappij, ver, maar toch niet ver genoeg, vooruit. Pollux laat de meeste Europese landen opgaan in de Verenigde Markten van Europa, The Engagement. Niet langer geleid door een parlementaire democratie, maar een volledig op vraag en aanbod draaiend systeem. Hetzij her en der een beetje bij gestuurd door de Raad van de Markt onder leiding van David Ulle Hendrikson en bijgestaan door afdelingen Onderzoek en een onafhankelijke Veiligheidsdienst.
Op afdeling Onderzoek, departement Fiscaliteit en Vrijhandel, werkt hoofdpersoon Syris volledig in dienst van het systeem van The Engagement. Met groot apathisch vermogen weet hij fraudeurs en marktkritische lui er bij te lappen, niet wetende dat de bal heel hard terug zal kaatsen.
Het begint met een bloedende Roemeen die plots voor Syris’ deur staat. Zijn vrouw Mariëlla neemt de Roemeen onder haar hoede, terwijl Syris met een aantal brandende vragen zit: Wat te doen met een marktkritische (Roemenië keerde zich tegen The Engagement) en dus gevaarlijke Roemeen in huis? Waarom spreekt mijn vrouw Roemeens? En wat doet die Glock G37 in ons keukenkastje? Er staan controleurs van The Engagement voor de deur, wat nu?
Dit is de eerste gebeurtenis die Syris’ veilige wereldje doet wankelen. Zijn vrouw blijkt mysterieuzer dan hij gedacht had en hoewel het onheil nadert, weet hij niet in wat voor situatie zijn vrouw hem gemanouevreerd heeft. In zijn eigen cynische woorden is vooralsnog alleen ‘het aardige eraf; het luistert nauw: te veel geheimen breken het vertrouwen, te veel vertrouwen breekt het mysterie’. Als een dikke man met skibril hem in een gondel in Kleinwalsertal een foto laat zien van zijn vrouw Mariëlla met een figuur, genaamd XXXX, begint Syris wat nattigheid te voelen.
Baas Baukwal stuurt Syris naar New York voor een opdracht die ter plaatse zal worden onthuld. Syris ontwijkt de opdracht vakkundig door zich in de zalige vrijheden van het New Yorkse uitgaansleven te storten, met alle hilariteit van dien. De aanblik van de loop van een pistool stopt zijn ongebreidelde vrijheid en hij moet toegeven aan de opdracht van zijn leven…
Van alle kanten wordt Syris benaderd: de “Skibril” die hem op de hoogte stelt van de groepering van zijn vrouw en hem wil gebruiken als informant, Victor Vriendjes, die hem probeert over te halen om tégen The Engagement te werken, de naar aftershave ruikende zwerver, die hem wil lokken met een Dalkozenkrant en hem daarmee doet verzeilen in een nachtmerrie, de indringer op zijn hotelkamer in New York… Wie heeft het laatste woord? Hoe harder er aan Syris getrokken wordt, des te meer hij zijn eigen partij kiest. Als een ongeleid projectiel of, om toch een beetje naar de titel toe te werken, als een ongrijpbaar deeltje waarvan je niet tegelijkertijd de locatie kunt vaststellen en de richting waarin hij zich hoe snel beweegt. Syris wordt in volledige onzekerheid gestort en merkt dat hij niets meer voor waar aan kan nemen.
Bovenstaand is slechts het tipje van de sluier. Ik zou veel meer met u willen delen: het hilarische evaluatiegesprek met intendant Smyrna, de kroegentocht in New York, de discussie met de Verzamelaar van Tweede Zinnen, de gigantische overstroming die de dijken van Venlo genadeloos negeert en natuurlijk Syris’ collega Heino Duzzel, die in voorgaande beschrijving veel minder aandacht kreeg dan waar hij volgens zichzelf ongetwijfeld recht op had.
Ik kan niet alles vertellen, u moet het zelf maar lezen: het relaas van Syris, zoals de fantoomschrijver het aan u voor wil leggen. Eén laatste herinnering, voordat de wereld voorgoed veranderde.
Ps: zoek voor grapjes in Het gelijk van Heisenberg die met name Venlonaren kunnen waarderen
|
Lieke leest
 |
Chufo Lloréns - Ik geef je de aarde
Chufo Lloréns, Spaanse schrijver, heeft in zijn eigen land al verscheidene boeken uitgegeven, maar in Nederland maken we voor het eerst kennis met hem, via zijn boek Ik geef je de aarde.
Martí Barbany is 18 jaar als hij in Barcelona aankomt. Twee oude vrienden van zijn vader, pater Eudald Llobet en de Joodse geldwisselaar Baruch Benvenist, overhandigen hem diens nalatenschap. Deze is behoorlijk en vader Barbany liet ook een brief na waarin hij zijn hoop uitte dat Martí deze rijkdom wijs zou investeren en ten goede van de mensen in zijn omgeving.
Martí is vastbesloten deze wens te vervullen en met behulp van Llobet en Benvenist en zijn slaaf Omar zet hij een prachtig en winstgevend irrigatiesysteem op in het middeleeuwse Barcelona en het geld stroomt binnen... Hij wordt verliefd op Laia Betancourt, de stiefdochter van de machtige Bernat Montcusí. Montcusí is raadsheer aan het hof van de soevereine graaf van Barcelona, Ramon Berenguer I. Montcusí is een zeer invloedrijk man in Barcelona en zeker waar het de handel betreft. Veel van Martí’s investeringsplannen behoeven zíjn goedkeuring, maar ook het verkijgen van de hand van Laia zal van zíjn zegen afhangen.
Martí komt niet voor haar in aanmerking, zolang hij zich niet stadsburger van Barcelona mag noemen, een titel die pas verkregen wordt bij uitzonderlijke staat van dienst. Zijn ambitie om de hand van Laia waardig te zijn, drijft hem naar de Middellandse Zee. Daar legt hij, stad na stad, een voortvarend handelsnetwerk aan. Laia en Martí uiten hun liefde voor elkaar in hun brieven en dit is wat Martí tijdens zijn reizen op de been houdt. Zijn handel groeit uit tot een compagnie van meer dan twintig schepen, waarmee hij welvaart naar zijn geliefde stad brengt, waar hij na twee jaar terugkeert.
De toestand die hij daar aantreft is ernstig. De graaf van Barcelona heeft zijn vrouw Blanca van Ampurias verstoten, om te gaan samenleven met Almodis van la Marche, die eigenlijk getrouwd was met Pons II van Toulouse. Maar niets kan de liefde van het grafelijk paar in de weg staan, ook niet de zwaarwegende excommunicatie, opgelegd door paus Victor II, nota bene op aandringen van de grootmoeder van de graaf, de machtige Ermesinde van Carcassonne. Deze kerkban zorgt voor onzekerheid voor het hele volk.
Bij thuiskomst wordt Martí verrast door Bernat Montcusí. Plotseling blijkt deze genegen om de jongen de hand van zijn stiefdochter te rijken. Zij blijkt onteerd te zijn en Montcusí is allang blij als hij haar in deze toestand nog van de hand kan doen, ook al is Martí geen stadsburger. Tijdens een diner zullen de huwelijksplannen besproken worden en Martí verheugt zich op het moment dat hij zijn geliefde na twee jaar weer mag zien. Laia wordt ontboden om aan het diner deel te nemen, maar zij zal niet meer komen…
Martís leven, gebaseerd op het leven van Ricardo Guillem, wordt getekend door weldaad, welvaart en vriendschap, maar ook door vele verliezen. In deze roman berokkent Bernat Montcusí hem veel kwaad en dit zal leiden tot de ultieme confrontatie tussen de twee vooraanstaande heren in het 11e eeuwse Barcelona, waarbij Graaf Ramon Berenguer I en zijn vrouw, gravin Almodis van la Marche, niet buiten schot zullen blijven.
Ik vind het prachtig hoe Chufo Llórens de vele historische figuren, de historische gebeurtenissen en zijn eigen fictieve elementen, met een vleugje dichterlijke vrijheid, samen weet te brengen tot deze prachtige, dikke historische roman. Ik begin te vermoeden dat er iets speciaals in Barcelona’s lucht moet hangen, waardoor er zulke geweldige verhalen en schrijvers aan deze stad ontspruiten. Dezelfde romantische toon van Lloréns, vind ik ook terug bij schrijver Ruiz Zafon en hoe meer schrijvers van dit kaliber, hoe beter.
|
Maurice leest
 |
David Benioff - Stad der dieven
Verhalen over de gruwelijkheden van de tweede wereldoorlog zijn bij velen wel bekend. David Benioff laat in zijn boek ‘Stad der dieven’ niet na om deze te beschrijven. Hij heeft echter vóóral een boek geschreven over de vriendschap die ontstaat tussen 2 Russische jonge mannen, Lev en Kolja. Gedwongen door de absurde omstandigheden in die tijd, worden ze op pad gestuurd met een ‘ietwat’ vreemde opdracht. De ontberingen die ze moeten doorstaan variëren van het ontsnappen aan kannibalen in Leningrad tot het spelen van een partijtje schaak met een gewetenloze Duitse officier van het ‘einsatzkommando’. De inzet bij dit schaakspel is hoog: bij winst van de Duitser, eist hij hun leven, de vraag (een eis kun je het in hun situatie niet noemen) van Kolja en Lev is een hele aparte…….
Benioff schrijft op een schitterende, heldere manier en weet van de hoofdpersonen echte mensen te maken met verschillende karakters waarin je je als lezer ook kunt verplaatsen.
De belevenissen zijn absoluut niet alledaags maar tijdens het lezen ben ik meerdere malen in de huid van Kolja en Lev gekropen! Benioff laat je deel uitmaken van hun bizarre avontuur in de barre winter van moedertje Rusland, in oorlogstijd.
Ik heb genoten van dit spannende, ontroerende, romantische en meeslepende boek. Een echt avontuur!
Lezen dat boek, zou ik zeggen!
|
|
Maurice leest

|
P.F. Thomèse - J. Kessels: the novel
Ik heb enorm genoten van de absurde reis die Thomése beschrijft. De gebeurtenissen die hij samen met zijn kettingrokende maat J. Kessels meemaakt zijn hilarisch. Meermaals heb ik mijn buikspieren een welverdiende massage moeten geven na de zoveelste lachbui die ik kreeg tijdens het lezen van dit reisavontuur.
De schrijver en J. Kessels maken een (ongewenste) trip die via Tilburg naar Duitsland leidt. De, altijd gezellige, Hamburgse wijk Sankt Pauli is voor een korte periode hun leefgebied, tijdens deze zoektocht naar een ‘vage’ kennis van vroeger. Thomése begint aan de reis vanuit een soort jeugdsentiment, waarbij zijn herinneringen aan een mooie jongedame van vroeger een van de drijfveren is. Hij vraagt zich meerdere malen hardop af of hij wel de juiste beslissing heeft genomen om aan dit avontuur te beginnen!
De beschrijvingen van de situaties, gebeurtenissen en personen zijn recht voor zijn raap en zeer humoristisch. De anti-held J. Kessels steelt absoluut de show met zijn onderkoelde no nonsens houding.
Thomése schrijft bovendien op een buitgewoon vaardige manier en weet het soms grove taalgebruik in prachtige zinnen te verwerken.
Een echte aanrader! Vooral de lezers die, net als ondergetekende, ook fan zijn van Herman Brusselmans, zullen dit een heerlijk boek vinden!
Veel leesplezier!
|
Lieke leest
 |
Carlos Ruiz Zafon - Het spel van de engel
De geur van boeken waart om je heen. Vanaf de vloer tot aan het plafond in een eindeloos labyrint staan kasten vol vergeten boeken. Maar de boeken worden niet vergeten door de enkele Barcelonezen die toegang krijgen tot het Kerkhof der vergeten boeken. Señor Sempere en zijn zoon Daniel bezochten deze plek in bestseller Schaduw van de wind. Auteur Carlos Ruiz Zafon voert ons opnieuw mee naar deze plek, terwijl we over de schouder van David Martín meekijken. Overigens, we gaan ook wat terug in de tijd, want Martín wordt aan het Kerkhof voorgesteld door niemand minder dan Sempere Senior, de vader van Señor Sempere en de opa van Daniel.
Jarenlang hoopt David in het huis met de toren te kunnen wonen. Het staat al eindeloos lang leeg en als David een contract bij uitgeversduo Barrico &Escobillas tekent, wordt deze lang gekoesterde wens vervuld. De toren is een prachtige plek om uit te kijken over Barcelona en is een inspiratiebron voor de misdaadthrillerserie De stad der verdoemden, die Martín moet schrijven voor zijn uitgever.
Het lijkt erop dat David Martín zijn miserable jeugd, die enkel werd gered door Sempere Senior, achter zich heeft gelaten. Maar stekende hoofdpijnen verzieken dit mooie plaatje. Een vreemd drukkend gevoel tegen de binnenkant van zijn schedel, alsof iets in hem gekropen is, een parasiet. Misschien ligt het aan het moordend tempo waarin hij zijn serie moet schrijven voor het niet te weigeren uitgeversduo... Of misschien is het de benauwde, mystieke sfeer in zijn huis met de toren... Feit is dat de hoofdpijn hem binnen een paar maanden het leven zal gaan kosten.
De reddende engel dient zich aan in de vorm van uitgever monsieur Andreas Corelli, een formidabel gekleed man met een suave manier van doen. David is voor hem de enige ideale auteur om zijn opdracht uit te voeren en bovendien kan hij David een voorschot van honderduizend francs bieden. Corelli’s wolfachtige grijns maakt echter dat David op zijn hoede is en zijn gevoel blijkt terecht: ’monsieur’ vraagt hem niet om eenvoudigweg een boek te schrijven. Hij verlangt van David een religie, waarin mensen gaan geloven, erdoor in staat zijn te doden en ervoor bereid zijn te sterven...
David wil weigeren, maar hij kan Corelli niet weerstaan. Zijn aanvaarding heeft grote gevolgen. Diezelfde nacht wordt hij in zijn droom verlost van zijn parasiet. Toch is het de vraag of hij niet beter voor de dood had kunnen kiezen, want zijn leven wordt steeds meer een kluwen van verwarring, paranoia, bedreiging, verloren liefde en uiteindelijk zelfs moord.
Het Spel van de engel is het prachtige tweede deel in het voorgenomen vierluik van Carlos Ruiz Zafon. Het boek intrigeert verschrikkelijk, waardoor potentiële lezers zich zullen moeten voorbereiden op wat slapeloze nachten. Na Zafons debuut zijn de verwachtingen voor zijn tweede werk hooggespannen. Mij heeft hij opnieuw weten te betoveren, ditmaal met een nog krachtiger formule. Zafons schrijfstijl is spitsvondig en zijn fantasie is duister. Daardoor is zijn verhaal een mengeling van lichtheid en benauwdheid; een labyrint van liefde en verdriet, waarin je verdwaalt en je vraagt je af: wat is de laatste zet van de engel?
|